Verwerkingsadviezen bij het metselen en voegen

Algemeen: Op basis van onze ervaringen zijn de IW waardes van de toe te passen stenen op het grensgebied van normaal tot sterk zuigend. Door krapte op de stenenmarkt, worden stenen veelal kort na de productie direct op de bouwplaats geleverd waardoor deze nog kurkdroog zijn.

Wanneer wij de mortel in dit geval op normaal zuigende stenen afstemmen, loopt u de volgende risico’s:

  • Voorbevochtigen van droge stenen is met de huidige bouwlogistiek nagenoeg onmogelijk en kostbaar.
  • Een hoog risico van verbranden van de specie, waardoor nagenoeg geen hechting met de steen aanwezig is (denk aan de zeer droge en warme zomers van de afgelopen jaren).
  • “Doodslaan” van de specie tijdens het stapelen, zodat de metselaar niet meer kan corrigeren naar de draad toe.

Kleur en verwerking bij het voegen 

  • Bij het te vroeg uitkrabben is de specie nog te plastisch en ontstaat er cementsmet op de steen,
  • Bij harde stenen in combinatie met lage temperaturen, is het tijdstip van voegen minimaal 2 weken na het vermetselen van de laatste steen. Bij het invoegen van een te natte gevel ontstaat er een waterfilm op de voegmortel en droogt de mortel licht/flets op.
  • Alle voegers dienen dezelfde werkmethode (zoals voegdiepte, structuur, enz.) aan te houden en met dezelfde water – droge mortel factor te werken. Een nat aangemaakte voegmortel droogt licht op, terwijl een te droog aangemaakte voegmortel kan “verbranden”.
  • Het zgn. sponsen kan alleen bij een keramische (niet zuigende stenen). De spons dient schoon en klam te zijn, een te natte spons veroorzaakt kleur verschil. Test of sponsen mogelijk is middels het opzetten van een proefvlak en raadpleeg evt. de steenfabrikant. Een goed alternatief is een stukje tapijt.

Wij adviseren altijd vooraf een proefvlak op te zetten. Let er op dat de metselstenen geschikt zijn voor het probleemloos vermetselen met cementgebonden mortels. Vraag altijd vooraf het CE blad van de steen op en overtuig u van de eigenschappen van de stenen om problemen met hechting en zout- en sulfaatuitslag te voorkomen.